Noorwegen 1996              Norway 1996

 

 

 

 

 

Dinsdag 16 juli 1996

Opstal - Kiel. Exact 700 km., inclusief een ommetje door de straten van Essen.

Even het noorden kwijt ter hoogte van Duisburg en voor we het goed en wel beseffen zijn we in Essen. Mama-co-piloot weet wel zeker dat we hier niet mogen zijn. We moeten of de snelweg verlaten, of onze vakantiebestemming wijzigen.

De keuze is snel gemaakt.

De afrit Essen-centrum wordt genomen en we raken nog tamelijk snel weer in de juiste richting.

We mogen ons gelukkig prijzen dat dit de enige verstoring was onderweg. Want het was toch even afwachten hoe Sanne (4,5 jaar) en Lotte (1,5 jaar) de lange autorit zouden verteren.

Onze stemming zit meteen goed dus en in de loop van de reis zal die er alleen maar op verbeteren!

De overtocht naar Göteborg maken we met de Stena Germanica van de rederij Stena Line. Een avontuur op zich, 12 nachtelijke uren op de boot. Vooral dan voor de kinderen. Mama heeft toch liever vaste grond onder zich.  

 

Woensdag 17 juli 1996

Vanuit Göteborg is het slechts drie uur rijden naar onze eerste stopplaats, namelijk het dorpje Tistedal.

Tistedal is een deelgemeente van de stad Halden. En Halden is de eerste  Noorse stad die men tegenkomt na de grens met Zweden.

Hier in Tistedal woont de familie Somby-Flägan. Wij, mama’s, korresponderen reeds een 6-tal jaar met elkaar.

Ann-Kristin en Magne en de kinderen Stine, Maiken en Sigurd brachten ons twee jaar terug al een bezoek tijdens hun vakantie in Nederland en België. We beloofden een tegenbezoek en vorige winter werd menig avonduur besteed aan het plannen van onze reis.

Het weerzien is hartelijk en we voelen ons meteen thuis. De kinderen kennen mekaars taal niet maar dat stoort hen niet. Ze tateren alsof hun leven ervan afhangt. Best wel grappig.

Deze namiddag bezoeken we Fredriksten Festning, het verdedigingsfort van Halden. Het ligt op een heuvel en torent boven de stad uit. Het fort werd gebruikt als afweer tegen de Zweedse troepen. Koning Karl XII van Zweden vond hier in 1718 de dood tijdens een gevecht.  

 

 Fredriksten Festning

 

Tijdens een lekkere Noorse barbecue achteraf moeten we binnenvluchten voor onze eerste Noorse regendruppels. De weergoden zijn ons echter gunstig gezind want veel nattigheid krijgen we tijdens de rest van onze reis niet te verduren.  

 

Donderdag 18 juli en vrijdag 19 juli 1996

We reizen samen door naar de buurt van Gol, gelegen in de provincie Buskerud. Onze vrienden huren daar een hytte. Gol ligt ongeveer 340 km. van Tistedal. Noorse kilometers blijken langer te zijn dan Belgische. Gemiddeld leg je hier 60 km. af per uur. Dat maakt dat we al gauw bijna 6 uur onderweg zijn. Tijdens deze lange rit hoeft men zich helemaal niet te vervelen. Het uitzicht is mooi: veel water en hoge heuvels. Achter elke bocht ligt een verrassing verscholen.

Onderweg stoppen we eerst aan de Rotskervingen van Skjeberg en dan in Oslo voor een bezoek aan het Vikingskiphus waar drie oude vikingschepen te bewonderen zijn. Een snelle picknick op het grasveld naast het museum en dan op weg naar Gol.  

 

  Vikingskiphus - Oslo

 

Wie het niet gezien heeft kan het zich niet voorstellen. De hytte ligt 18 km. voorbij Gol. De weg verandert in een landweggetje en het gaat gestaag bergop. We komen boven de boomgrens. De schapen grazen langs de weg. Bij de hytte aangekomen is het uitzicht grandioos, de stilte indrukwekkend en de muggen overrompelend.

 

 

Hier is geen stromend water en geen electriciteit. Water haalt men uit een put aan de overkant van de weg. Dankzij een klein zonnepaneeltje kan men in de winter toch licht laten branden. Het toilet bevindt zich ongeveer 30 m. verder, verscholen achter een heuveltje. Het is niet meer dan een plank met een gat erin en vier houten muren errond. Tijdens de winter giert de wind door de spleten.  

 

  The toilet...

 

Haast niet voor te stellen dat Ann-Kristin en Magne juist tijdens de winter graag en lang naar hier komen.. In Tistedal is men dan niet altijd zeker van sneeuw. Hier wel en dat was voor hen de reden om hier een hytte te zoeken.

De zon gaat onder achter de berg om 22u30 maar het blijft nog heel lang licht.     

‘s Ochtends rond 4 uur begint het ochtendgloren.

We slapen hier twee keer en genieten ten volle van de omgeving en van het samenzijn.  

 

Zaterdag 20 juli 1996

We moeten spijtig genoeg veel te snel afscheid nemen. Maar nu al weten we dat we ons hart verpand hebben aan Noorwegen en dat we zeker bij onze vrienden zullen terugkeren. ‘t Is daarom geen ‘Vaarwel’ maar ‘Tot Ziens’.

Onze volgende etappe telt ook meer dan 300 km., maar vervelen doen we ons niet onderweg. De bergtoppen worden nu wel heel hoog en de eeuwige sneeuw verschijnt. Bij onze eerste ferry-overzet maken we meteen kennis met de Noorse fjorden: zéééééééér mooi !!!!! We verblijven voor een week in een bungalow in Grodäs in de kommune Hornindal. Een kommune is een verzameling van dorpjes. Dorpjes zijn hier vaak heel klein en liggen ver uit elkaar verspreid.

Grodäs ligt aan het meer van Hornindal. Met zijn 514m. is dit het diepste meer van Europa. De omgeving is prachtig.  

 

 

 

Lake Hornindal

 

Zondag 21 juli 1997

Zondag, onze Nationale Feestdag, roepen we ook uit tot rustdag. Even bijkomen, een korte wandeling en een bezoekje aan twee Turistbureau’s. Met de verkregen informatie plannen we onze uitstappen voor de volgende dagen.

We middagmalen in Stryn. Eetgelegenheden op kindermaat zijn hier goed te vinden. Overal zijn kinderstoelen voorhanden en van elk gerecht heeft men een kinderversie. Omdat we op dit gebied geen problemen ondervinden kunnen we al onze aandacht geven aan de mooie dingen die er te zien zijn.  

 

Maandag 22 juli 1997

De Geirangerfjord is voor velen de mooiste fjord van Noorwegen. We schepen in op de ferry van Hellesylt naar Geiranger om de fjord over te varen. Dit is genieten van de natuur in al haar pracht. We krijgen begeleidende kommentaar door een luidspreker. De overtocht duurt een uur maar had best nog wat langer mogen duren. 

 

Geirangerfjord

 

Vanuit Geiranger gaat het via ontelbare haarspeldbochten naar de rotsberg Dalsnibba. We komen steeds hoger en de omgeving wordt steeds ruiger. We zitten midden de eeuwige sneeuw. Net als we eraan twijfelen of we Dalsnibba al niet voorbij zijn, zien we de richtingaanwijzer. Er gaat nu een kiezelweg van 4,5 km. lang omhoog met een stijging van 12,5% en géén boorden langs de kant van de weg. De chauffeur moet hier even de aandacht goed bij de weg houden. De passagiers echter kunnen ten volle genieten van het uitzicht. Best de blik niet teveel omlaag laten gaan want dan wordt het toch wat bangelijk.

Eindelijk bereiken we het plateau. Er staat een zeer bewolkte hemel en die beneemt ons een deel van het mooie panorama. Maar wat we kunnen zien is machtig mooi. De ijzige wind blaast ons rond de oren.

 

Dalsnibba

 

Na de afdaling vervolgen we de weg in de richting van Grotli. Daar begint de Gamle Strynefjellsweg. Enkel een kombinatie van water, rotsen, bergen, eeuwige sneeuw en vele bochten in de smalle kiezelweg. Het heeft iets weg van het maanlandschap. De weg is smal met hier en daar verbredingen om wagens te kunnen laten kruisen. We rijden 45 minuten door dit mooie landschap. Ondanks schokken en lawaai van ketsende kiezeltjes slaapt Lotte als een roosje. Aan het eind van deze weg ligt het zomerskicentrum van Stryn. De skilift brengt de skiërs omhoog en op de latten glijden ze de berg weer af. Skiën is hier tijdens de wintermaanden dikwijls onmogelijk wegens té veel sneeuw!  

 

 Summerski at Stryn

 

Vanaf hier komen we weer op een gewone weg. We hebben nog enkele haarspeldbochten te gaan in de afdaling.

In Oppdal houden we halt aan het Jostedalsbreen Nationalsparksenter: een museum over de Jostedalsgletsjer, de grootste gletsjer van Europa.

 

Dinsdag 23 juli 1996

De Noren zijn heel trots op hun natuurschatten. Zij leven ook nauw verbonden met de natuur. Vrije dagen worden met het gezin zoveel mogelijk buiten doorgebracht. Jonge kinderen zijn hier al ervaren wandelaars. Eens thuis zullen wij echter spijtig genoeg snel  terug gewend zijn aan onze dicht bevolkte omgeving.

Vandaag staat Briksdalbreen op het programma. De gletsjer van Briksdal is een zijarm van de Jostedalsbreen en deze is de grootste gletsjer van Europa.

Tot groot jolijt van de kinderen gaan we met paard en kar naar boven. We passeren het bulderende smeltwater dat als een waterval naar beneden komt. We moeten over het alom bekende bruggetje dat haast alle prentkaarten van Briksdal siert. Het laatste kwartier moeten we zelf stappen. De gletsjer komt steeds dichterbij maar je kan hem pas echt goed aanschouwen als je het laatste bochtje voorbij bent. Indrukwekkend. Het ijs heeft een blauwe glans en torent metershoog boven ons uit. De gletsjer was reeds jaren aan het inkrimpen maar nu groeit hij weer aan. Onderweg staan bordjes met jaartallen die aanduiden tot waar de gletsjer in die periode juist reikte. Ons paard heeft 45 minuten gerust en kan nu aan de afdaling beginnen.

Tijdens de rit terug passeren we in Stryn waar we nog wat winkelwandelen.  

 

 

Glacier at Briksdal

 

Woensdag 24 juli 1996

Vestkapp. We zullen maar geloven wat men vertelt over het mooie uitzicht over de oceaan vanaf het meest westelijke punt van het Noorse vasteland.

Jawel hoor, we zijn er geweest. Jammer genoeg was de mist er ook. We zagen geen 10 meter ver. Even heb ik het gewaagd om de auto te verlaten en 2 tot 3 minuten moest ik zoeken om hem terug te kunnen vinden. Dan is de pret er snel af natuurlijk. Toch wel jammer want de rit erheen duurde ruim twee uur. We genoten dan maar van een lekkere maaltijd in het lege restaurant. Pas toen we er al een hele tijd zaten werd er een lading bustoeristen gedropt. Waarschijnlijk een geplande dagtrip. De autotoeristen kon je hier vandaag op je ene hand tellen.

Langs Selje gaan we terug ‘huiswaarts’. De kinderen genieten van het kleine strandje. Er zijn ook ruïnes van een klooster op een eilandje niet ver uit de kust. Er vertrekt echter slechts drie maal per dag een boot daarheen. We zouden te lang moeten wachten en dus rijden we na een korte wandeling terug.

Na het avondeten rijden we naar Honndöla Bru, een stenen brug niet ver van Hornindal. We maken een wandeling langsheen het water.  

 

Selje Beach

 

Donderdag 25 juli 1996

Vandaag bezoeken we Alesund. Deze stad werd in 1904 volledig door brand verwoest en nadien heropgebouwd in Art Nouveau Stijl. Bij het binnenrijden van de stad bezoeken we het Sunnmöre Museum. Hier bevinden zich oude Noorse huizen. We krijgen een idee hoe de Noren vroeger leefden. Er is een botenmuseum met oude vissersboten en er is een tentoonstelling over cruiseschepen met een heleboel schaalmodellen. Aan de kade gemeerd liggen drie vikingbootjes.

We eten in de Fjellstue op de heuvel Aksla. De auto moet heel wat kronkelen om er te geraken. Te voet, per trap, kan ook maar dat vonden we niet zo’n goed idee...

Vanop deze heuvel hebben we een mooi uitzicht over de hele stad.  

 

 Alesund

 

We kozen meestal voor self-servicerestaurants. Ze zijn zeer kindvriendelijk met o.a. kinderstoelen en kindermaaltijden. De prijs van een doorsneemaaltijd is vergelijk baar met de prijs in België in een soortgelijk restaurant.

In de stad bezoeken we het Akvarium met een heleboel vissen. Lotte en Sanne kunnen er niet genoeg van krijgen.

Daarna maken we een wandeling door de winkelstraten. De Thomastrein, een toeristentreintje, vertrekt voor onze  neus. Geen nood, de rit duurt slechts 15 minuten, we wachten wel op de volgende. Een uur later staan we nog steeds te wachten. Blijkbaar zijn de rondritten reeds ten einde rond 15 uur. Maar waar zijn dan de mensen gedropt die hier opgestapt zijn ...?

Gelukkig lag de wachtplaats heel strategisch aan een speelgoedwinkel met enkel buitenspeeltoestellen. De kinderen vonden het wachten alvast niet erg.  

 

Vrijdag 26 juli 1996

We rijden naar Hopland langsheen de Innvikfjord. We zijn op zoek naar de Tvinnefoss (foss=waterval) maar het laatste stuk erheen moet tevoet afgelegd worden. Dat wisten we niet. Onderweg heeft misselijkheid Sanne’s broek overspoeld en we kunnen haar moeilijk in blote billen meenemen naar de waterval. We keren dan maar terug.

Na de middag slapen de kinderen in bed. Lotte heeft meestal haar dutjes in de auto gedaan. Zelfs Sanne heeft hier meer in de auto geslapen dan ooit voorheen. Ze leert van kleine zus.

En nu inpakken en wegwezen, morgen reizen we verder !  

 

Zaterdag 27 juli 1996

We doorkruisen Noorwegen van west naar oost. Onderweg krijgen we terug de blauwe hemel te zien. Die hebben we een tijdje moeten missen, hoewel het wel overwegend droog bleef.

Papa is niet zo gelukkig met de snelheidsbeperkingen op de Noorse wegen. Bij het naderen van een dorp zakt de toegelaten snelheid steeds tot 50 km/uur. Iedereen gaat trager rijden en door de vele bochten is inhalen bijna onmogelijk. Ook de borden ‘Automatisk Trafikk Kontroll’ manen aan tot het eerbiedigen van de snelheidsgrens.

We verblijven twee dagen in Öyer, nabij Lillehammer. Domein Gaiostova is gelegen op de berg Hafjell. Hier werd de Olympische slalom geskied tijdens de Winterspelen van 1994.

Deze namiddag bezoeken we nog Lilleputhammer, een miniatuurdorp met speeltuigen voor de kinderen.

We avondmalen in een (wederom) kindvriendelijk restaurant.  

 

Zondag 28 juli 1996

Een ganse dag amusement voor groot en klein in Hunderfossen Familiepark !

De kinderen kunnen er niet genoeg van krijgen. Er zijn vele speeltuigen voor kleinere kinderen zoals treintjes, autootjes, ... Een groot stuk van de namiddag zitten we bij de zandbak. De kleur van hun schoenen is niet meer te herkennen en ook de kledij zal een dubbele wasbeurt meer dan nodig hebben.

Voor de kinderen waarschijnlijk de plezantste dag van de reis.  

 

Maandag 29 juli 1996

Vandaag bezoeken we Lillehammer, stad van de Olympische Winterspelen in 1994. Lillehammer blijft teren op zijn bekendheid van toen. Alles verwijst nog naar de Spelen.

Aan de Olympische Springschans werden de openings- en sluitingsceremonie gehouden. Het grote monument waar het Olympisch vuur brandde staat er nog steeds.  

 

 Olympic Lillehammer

 

We komen er vroeg aan en het is nog niet druk. De arena overweldigt, een mens wordt er even stil van. We gaan met de skilift naar boven en daarna weer omlaag.

In Häkons Hall werden Olympische wedstrijden gehouden zoals ijshockey en ijsschaatsen.

Hier zijn fototentoonstellingen over vroegere Olympische winnaars en over de opbouw en het verloop van de Spelen in Lillehammer.

Hier staat nu ook het beroemde Ei dat bij de ceremonies nog bij de springschans stond.

Een bezoekje aan McDonalds kon tijdens onze reis niet ontbreken en hier in Lillehammer hebben we hem gevonden.

Op de parking bemerken we een lekke band aan de auto. Al onze bagage zit in de koffer en moet eruit want het reservewiel zit helemaal onderaan !

De Storgata in Lillehammer is zeer geschikt voor het vinden van souvenirs en kadootjes.

Wanneer we het nodige gekocht hebben vatten we de tocht aan richting Tistedal. We mogen het huis van Ann-Kristin gebruiken om te overnachten in afwachting van ons vertrek huiswaarts. Zelf zijn ze er niet want de afstand was te groot om hun vakantie te onderbreken vermits Tistedal in een uithoek van Noorwegen gelegen is. De Scandinaviërs hebben de naam koel en afstandelijk te zijn . Die  indruk hadden wij zeer zeker niet. Tenslotte kennen wij mekaar enkel vanop afstand en toch geven ze ons de sleutel van hun huis en vertrouwen ze ons blindelings. Ook andere Noren vonden we zeer hartelijk en vriendelijk.  

 

Dinsdag 30 juli 1996

Het einde van onze vakantie komt in zicht. Deze voormiddag vertrekken we richting Göteborg. We houden halt aan de Svinesundbrug. Hier ligt de grens tussen Noorwegen en Zweden. Het uitzicht is heel mooi. We zijn op tijd in Göteborg en kunnen nog wat wandelen in de haven. De boot komt pas laat in de haven aan. Ondertussen heeft Lotte in de auto geslapen. We mogen meteen inschepen. De eerste wagens gaan aan boord rond 18 uur en reeds om 19 uur varen we af.

De kinderen bezetten het ballenbad.  

 

The boat back home

 

Daarna slaapt iedereen als een roosje behalve mama die reeds vroeg wakker ligt. Rond 4 uur in de ochtend is er een oproep voor een dokter. Later wordt die oproep nogmaals herhaald en om 5u30 horen we een helikopter bij de boot. Waarschijnlijk een noodgeval.  

 

Woensdag 31 juli 1996

Kiel-Opstal. Exact 689 km. Deze keer enkel een ommetje langs de fotograaf voor het afleveren van onze filmrolletjes. We willen zo snel mogelijk zien hoe al dat moois op papier staat. Zo kunnen we de herinnering een beetje levendig houden. Want terugkeren is natuurlijk nog niet voor morgen (maar toch wel  zeker voor later!).

   

                                                                                                       

 

ENKELE CIJFERS

In totaal legden we 4.289 km. af op 16 dagen, inbegrepen 700 km. tot de haven in Kiel en 689 km. van Kiel weer naar huis.

4 dagen reden we minder dan 100 km. per dag

2 dagen reden we tussen 100 en 200 km. per dag

3 dagen reden we tussen 200 en 300 km. per dag

5 dagen reden we tussen 300 en 400 km. per dag

Gemiddeld leg je 60 km. af per uur.

De kinderen waren toen slechts 4,5 en 1,5 jaar oud. Vooral Sanne hield eigenlijk niet zo van autorijden en toch hebben we geen problemen gehad tijdens de soms lange autoritten.

We vestigden hun aandacht op het mooie landschap. Enkele speelgoedjes en een muziekcassette van Samson en Gert  zorgden voor ontspanning en afleiding als ze zich wat verveelden.

We hielden ook niet speciaal rekening met het normale namiddagdutjes-uur van Lotte. Dat was ook niet nodig. Zij viel makkelijk in slaap in de auto op tijden die afweken van wat ze gewoon was en ze was uitgerust als we ergens aankwamen.